ZOEK BEHANDELAAR
klik hier

ZOEK WORKSHOP
klik hier

Behandeling massagerichtlijn


  Hanneke Heij

De beste duur en druk voor de triggerpoint behandeling bestaat niet. Dat verschilt per persoon en per behandelmethode die je toepast. Als je kijkt naar de ‘regels’ van verschillende bekende massagemethoden, dan zie je al dat de duur van een strijking of compressie ontzettend varieert. Van 5 seconden (Nimmo Receptor-Tonus Methode) tot wel 2 minuten (osteopaten).

 

 

 

 

 

Een overzichtje van de adviesduur van diverse methodes:

Adviesduur Methode
5-7 seconden, 3x afgewisseld met behandeling van de antagonisten Nimmo
7 seconden   Bonnie Prudden
8-12 seconden American Neuromuscular Therapy
30 seconden, hoge druk (tot de pijntolerantie*) Hou
60 seconden, barrier release Simons

90 seconden, lage druk (tot de pijngrens*)

Hou

Tot 2 minuten

Osteopaten

2-5 minuten, niet specifiek voor triggerpoints

Stecco

 

* Hoge druk is intens voelbaar. Bereik je de pijntolerantie? Dan is deze mate van pijnlijkheid door de cliënt nog net te verdragen.

** Lage druk is voelbaar. Je oefent druk uit tot iemand dit als pijn ervaart – de pijngrens – en stopt dan met de druk verder verhogen.

Zachte triggerpoint pressure release

In de derde editie van het boek van Travell en Simons (Myofascial Pain and Dysfunction: The Trigger Point Manual) stellen de auteurs dat hun nieuwe zachte ‘trigger point pressure release’-methode net zo effectief lijkt als de harde ischemische compressie-methode. Zacht behandelen zorgt waarschijnlijk niet voor extra ischemie. Travell en Simons zijn namelijk van mening dat éxtra druk in een reeds ischemische deel onnodig is en zelfs niet goed is. Triggerpoints zijn immers het centrum van slecht doorbloede weefsels. Harde, extra druk is dan ongewenst.

Is diepe, stevige druk een no-go?

Travell en Simons adviseren overigens om altijd per cliënt en zijn spieren te bekijken hoe hoog de druk op een triggerpoint zou moeten zijn. De druk hoort comfortabel en binnen de pijngrens van de cliënt te zijn. Dit vinden cliënten zelf ook het prettigst. Maar… kún je dan nog wel diepe druk toepassen? Uiteraard want ‘diep’ en ‘hard’ is niet hetzelfde. Als je langzaam de diepte opzoekt is er veel minder pijn dan hard en snel de diepte ingaan. Een soms nodige en effectieve methode voor diepere en hardnekkigere triggerpoints.

Tip: waarschuw je cliënt

Ja, inderdaad. Soms is het nodig om iets steviger te behandelen om je behandeling meer impact te geven. Gaat (een deel) van je behandeling meer pijn doen, omdat dit nodig is om het beoogde effect te behalen? Zeg dit dan tegen je cliënt voordat je de druk op een triggerpoint uitoefent. Vertel dat je samen op zoek gaat naar de toelaatbare grens, zo heeft de cliënt het gevoel zelf het heft in handen te hebben als het om pijn gaat.

Stretchen ná druk

Heb je triggerpoints onder handen genomen met ischemische compressie? Dan bereik en behoud je met de behandeling het beste resultaat als je na het uitoefenen van de druk een vorm van stretchen toepast.

Hoe voelt het voor je cliënt?

Onderzoeker Hou concludeerde dat 90 seconden lage druk uitoefenen op een triggerpoint net zo effectief is als 30 seconden hoge druk uitoefenen; beide methoden zorgen voor directe pijnverlichting en minder gevoelige triggerpoints. Ja, in 30 seconden ben je sneller klaar en kun je wellicht meer triggerpoints en/of spieren behandelen. Maar, check liever wat je cliënt nodig heeft en kies dan voor die mate van druk. Voelt iets echt oncomfortabel of zelfs pijnlijk aan? Dan kan dit een averechts effect hebben doordat een cliënt zijn spieren dan onbewust aanspant. Bovendien is het wenselijk dat de cliënt zich ná de behandeling goed voelt. Heeft hij een zere plek door hoge druk die voor hem net iets te heftig was? Dan kan dit, tijdelijk, meer klachten geven, wat ook weer een averechts effect heeft op het herstel.

“Je kunt het beste de druk aanpassen aan het pijnniveau van je cliënt. De vier kilo druk die vroeger gebruikt werd is voor een topsporter nauwelijks voelbaar, terwijl dit voor iemand met het chronisch pijnsyndroom super intens is.”

Ezelsbrug: het stoplichtmodel

In onze e-books en tijdens trainingen komt het stoplichtmodel telkens naar voren. Het is de ideale maatstof om de intensiteit (druk) van je behandeling te bepalen. Zoek naar de triggerpoint die klachten veroorzaakt. Oefen druk of strijkingen uit op dit punt en vraag aan je cliënt hoe dit voelt.

  • Groen is ok
    De uitgeoefende druk is voelbaar.
  • Bij oranje stop je met het opvoeren van de druk
    De druk is duidelijk voelbaar en er kan referred pain ontstaan die verband houdt met de klachten.
  • Rood is uit den boze
    De druk is intens voelbaar en pijnlijk. Vaak geeft je cliënt een ‘jump-sign’ Als reactie hierop verkrampen de spieren van je cliënt.

Of gebruik een schaal van 1 tot 10 en houd 5 aan als ideale druk.

Het meest veilig: de korte diepe strijking

Altijd goed: de korte diepe strijking waarmee we beginnen in Module 1 en die je aan cliënten adviseert voor de zelfbehandeling. Je strijkt diep, dus je strijking is effectief. Daarbij is de strijking van korte duur, waardoor het minder intens is voor je cliënt. In plaats van continu directe druk uitoefenen op een triggerpoint glij je met de strijking langzaam over de spier waarin de triggerpoint zit. Dat is door de cliënt goed te handelen!

Andere behandelmethoden

Gebruik je een andere techniek, uit een vervolgmodule, omdat die beter bij de klacht past? Zoals ischemische compressie, melting pressure, muscle energy technic of pin & stretch en pin & move? Houd dan het stoplichtmodel in je achterhoofd voor het hoogst haalbare effect van je behandeling. Het pijnniveau van je cliënt is leidend voor de mate van intensiteit en druk!

Samenvattend; er zijn verschillende soorten cliënten die verschillende technieken van behandelen nodig hebben. Onderzoek wat voor jou goed en prettig werkt, want voor jouw lijf is afwisseling weer belangrijk.

 

Bron

Travell, J.G., Simons, D. (2018). Myofascial Pain and Dysfunction: The Trigger Point Manual (3de druk). Lww.

 

Wil je geen blog missen? Schrijf je dan hier in!

 

Reageer!

Terug