Schouderpijn en SAPS


  Hanneke Heij      30-09-19

Schouderpijn is na (lage)rugpijn en nekklachten de meest voorkomende pijnklacht van het musculoskeletale systeem. Jaarlijks krijgt zelfs zo’n 20 tot 50% van de mensen last van schouderpijn. Vaak is herstel van deze klacht lastig. Uiteindelijk kan schouderpijn leiden tot een frozen shoulder (adhesieve capsulitis) of een slijmbeursontsteking (bursitis). Ongeveer de helft van de personen met schouderpijn zoeken vroeg of laat medische hulp. Hoe kun jij, als therapeut, deze patiënten zo effectief mogelijk van hun klacht af helpen?

De klacht

Krijg je een patiënt in je praktijk met pijn aan de voor- of zijkant van de schouder? Straalt de pijn wellicht uit naar de bovenarm, elleboog, onderarm, hand en vingers? Is de pijn ook in rust aanwezig? En wordt de pijn erger door een bepaalde houding van de arm en/of (bovenhandse) beweging? Is er geen andere oorzaak voor de klacht? Dan is de schouderpijn waarschijnlijk een primaire klacht en vind je de oorzaak daadwerkelijk in en rondom de schouder en in tweede instantie in de omliggende fascia.

Tip: toon begrip bij je vraaggesprek

De pijn kan je patiënt namelijk behoorlijk belemmeren in het dagelijks leven. Sport, werk, het huishouden en hobby’s; schouderpijn maakt het allemaal lastiger. Ook slapen patiënten met schouderpijn vaak slecht, doordat ze niet pijnloos op zowel de aangedane schouder als de niet-aangedane schouder kunnen liggen. Door begrip te tonen, voelt je patiënt zich veilig en begrepen bij je. Daardoor krijgt hij of zij meer vertrouwen in je behandelingen. Er valt dan een last van zijn schouders en die ontspanning komt je behandelingen meteen ten goede.

De oorzaak: subacromiale ruimte?

De oorzaak van schouderpijn is in de schouder te vinden. Dit betekent echter niet dat het een skeletair probleem is. Vaak wordt het probleem gezocht in de subacromiale ruimte. Die zou beperkt zijn, waardoor de bursa en pezen van de rotator cuff ingeklemd kunnen worden (subacromiaal pijnsyndroom / SAPS). Maar afwijkingen in dit lokale gebied komen net zoveel voor bij mensen zonder schouderpijn als met schouderpijn. En bij veel mensen met deze schouderklachten worden helemaal geen afwijkingen in de subacromiale ruimte gevonden. De vraag is dan ook of een afwijking in de subacromiale ruimte daadwerkelijk kan worden aangewezen als dé oorzaak van de schouderpijn.

De oorzaak: triggerpoints?

In en rondom de schouder bevinden zich diverse spieren. Triggerpoints in een of meerdere van die spieren kunnen óók voor schouderpijn zorgen. Zo kunnen actieve triggerpoints voor pijnklachten zorgen. Terwijl latente triggerpoints meestal stijfheid veroorzaken. Beide soorten triggerpoints kunnen de oorzaak zijn van een verminderde beweeglijkheid en krachtverlies in de schouder. Veel patiënten met chronische, enkelzijdige, niet-traumatische schouderpijn blijken triggerpoints in hun schouderspieren te hebben. Triggerpointbehandeling (1x per week, 12 weken lang) blijkt bij deze patiënten zeer effectief te zijn. Indien ook de zelfbehandeling trouw gedaan wordt kan die periode aanzienlijk verkort worden.

Lichamelijk onderzoek

Controleer bij het lichamelijk onderzoek alle spieren die betrokken zijn bij de verschillende schouderbewegingen. En begin met de volgende spieren, waarin de meeste triggerpoints gevonden werden bij het onderzoeken van patiënten met chronische, enkelzijdige, niet-traumatische schouderpijn:

Meest opvallende triggerpoints

  • Onderdoornspier (M. infraspinatus)
  • Bovendoornspier (M. supraspinatus)
  • Afdalende deel monnikskapspier (M. trapezius pars descendens)
  • Middendeel deltaspier (M. deltoideus pars medius)
  • Grote en kleine ronde armspier (M. teres minor en major)
  • Borstzijde deltaspier (M. deltoideus pars anterior)
  • Opstijgende deel monnikskapspier (M. trapezius pars ascendens).
  • Brede rugspier (M. Latissimus dorsi)
  • Grote en kleine borstspier (M. Pectoralis minor en major)
  • Ravenbekspier (M. Coracobrachialis)
  • Ondersleutelbeenspier (M. subclavius)

Behandeling

Het doel van je behandeling is onder meer de functie van de rotator cuff verbeteren. Die speelt namelijk een rol bij alle schouderbewegingen. Behandel hiervoor allereerst de actieve triggerpoints van de schouderspieren. Zo verminder je eerst de pijnklachten van je patiënt.

Tip: benadruk het belang van blijven bewegen binnen de pijngrenzen

Leg uit dat het van belang is om de schouder te blijven gebruiken. Oók bij pijn. Zwaar belasten en herhaaldelijke bewegingen moeten natuurlijk worden vermeden. Adviseer echter wel om ieder uur verschillende bewegingen met de schouder te maken. Zo blijven de weefsels soepel en voorkomt de patiënt stijfheid herstel belemmert en voor meer klachten zorgt. Is de pijn te intens, ook na een periode van rust en gebruik van pijnstillers? Dan is terugverwijzen naar de huisarts de beste optie.

Geef je patiënt ook deze 6 tips om het herstel te bevorderen:

  1. Werk niet boven het schouderniveau
  2. Vermijd trillende werkzaamheden
  3. Vermijd dat je langdurig in dezelfde houding zit, staat of werkt
  4. Werk aan je houding als dit de oorzaak van je klacht is (bolle bovenrug / afhangende schouders)
  5. Gun je schouder rust
  6. Doe dagelijks bewegingsoefeningen en zelfbehandeling met een massagebal

 

Bronnen

Bron, C. (2005). Het subacromiaal-impingementsyndroom. Stimulus. 24 (4). 180-186. Doi: 10.1007/BF03076139.

Bron, C. (2011). Myofascial trigger points in shoulder pain. Prevalence, diagnosis and treatment (Proefschrift Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen). Groningen: Netzodruk.

 

Reageer!

Terug