ZOEK BEHANDELAAR
klik hier

ZOEK WORKSHOP
klik hier

Spieren leren


  Hanneke Heij      09-06-18

Leervermogen van spieren

Gebroken botten groeien weer aan elkaar. Huid met een snee herstelt. En een beschadigde spier? Die doet iets anders. De spier leert! In dit blog lees je wat dit betekent voor jouw behandelingen bij pijnklachten.

Spieren leren. Als de spier beschadigt, leert deze om te voorkomen dat hij meer schade oploopt. Hiervoor zwelt de spier op. En dat heeft nare gevolgen. De opgezwollen spier zorgt voor beperkte bewegingsmogelijkheid, een belemmerde bloedsomloop, pijn, stijfheid én spierdisfunctie, namelijk: krachtverlies. Duurt dat lang? Ja, dat kan soms wel jaren duren! De spier leert en heeft helaas een heel goed geheugen.

Voortdurende spanning

Logisch dat de gevolgen van myofasciale triggerpoints lang aanhouden en chronische klachten kunnen opleveren. Oók als het oorspronkelijke trauma allang verleden tijd is. De spier heeft de gebeurtenis opgenomen in zijn geheugen. En veroorzaakt als gevolg daarvan aanhoudend reflexpatronen in het centrale zenuwstelsel. Bovendien worden de triggerpoints in stand gehouden door voortdurende spanning in de myofasciale structuren. En dus worden de aangedane spieren aanhoudend overbelast. Is dat alles? Nee, er is nog meer. De aanhoudende spanning veroorzaakt óók andere symptomen die op hun beurt slecht zijn voor het bewegingsstelsel. Zo kunnen de spanningen zorgen voor een verkeerde houding, immobiliteit, inflexibiliteit en een koude lichaamstemperatuur.

Vitaminetekort & schildklierstoornis

Natuurlijk kunnen ook andere factoren een rol spelen bij de langdurige spierklachten. Zoals metabole, nutritionele, allergische, viscerosomatische -en mentale factoren. Vitaminetekort en subklinische schildklierstoornis zijn volgens Travell verreweg de meest voorkomende factoren die de klachten beïnvloeden en in stand houden.

Moeilijke diagnose

Doordat triggerpoints zulke langdurige gevolgen kunnen hebben, is het lastig om een diagnose te stellen. Klachten waarmee je cliënt uiteindelijk hulp zoekt bij jou als therapeut, kunnen compleet elders in het lichaam optreden. Als je door spanningen anders gaat zitten en lopen, kun je daarmee een hoop andere spieren en gewrichten overbelasten. Wat is bij je cliënt nou eigenlijk hét probleem en de oorspronkelijke oorzaak van de klachten? Is het enigszins duidelijk wat bij jouw cliënt moet worden behandeld om het myofasciale pijnsyndroom op te lossen? Dan is het nog kwestie om dit op een effectieve manier aan te pakken, in samenwerking met alle gezondheidsspecialisten. Naast triggerpointbehandeling is je cliënt wellicht ook gebaat bij aanvullende behandelingen, pijnstillers van de huisarts of sportfysio. Samen kunnen de behandelingen van deze (para)medici zorgen voor een sneller en effectiever herstel. 

De rol van skeletspieren en fasciën

Bij het myofasciale pijnsyndroom kan je cliënt veel klachten hebben. Daarvoor hoeft geen sprake te zijn van bijvoorbeeld een reumatische aandoening of spierziekte. Het enige wat je hiervoor "nodig" hebt, is een spiertrauma.

Net als in fasciën kan in spieren op meerdere manieren een trauma ontstaan.

  1. Acuut
    Bij een acuut trauma ontstaat er plotseling schade in de spier. Dit kan een "simpele" overstrekking of beweging zijn of een hevig ongeluk waarbij bijvoorbeeld een whiplash optreedt.
     
  2. Chronisch 
    Bij een chronisch trauma raakt de spier door overbelasting beschadigd. Vooral spiergebruik tijdens vermoeidheid, koude temperatuur, alcoholgebruik, infectieziekten en hypothyreoïdie belast spieren overmatig. Er vindt steeds een microtrauma plaats, wat op de langere termijn de oorzaak is van chronische myofasciale pijn.

Het myofasciale pijnsyndroom komt erg veel voor. Ook is het goed te behandelen. Wel is het zo, hoe eerder je erbij bent hoe beter. Het pijnsyndroom wordt echter ontzettend complex naarmate het probleem langer onbehandeld blijft en voor niet-specifieke pijnklachten gaat zorgen.

“Veelal wordt dan gezegd dat de pijnklachten psychosomatisch zijn”

Triggerpoint signaleren

Meestal loopt het triggerpoint parallel aan de spiervezels. Soms is het een knopje of knobbel. Stimuleer je de triggerpoint direct? Dan zit je goed als je het punt voelt samentrekken. Deze samentrekking is de zogenoemde local twitch respons. Als therapeut kun je zo precies zien welke spier is aangedaan door het triggerpoint. Tegelijkertijd voelt je cliënt bij stimulatie van dit punt duidelijk zijn pijnklachten. Daarnaast wordt duidelijk waar de cliënt last heeft van referred pain. Dat is soms te voorspellen, maar zeker niet altijd.

En de latente triggerpoints dan?

Het is lastiger om naast de actieve triggerpoints de latente triggerpoints op te sporen. Je kunt dan niet simpelweg "drukken" om te kijken of een bepaalde triggerpoint dé pijnklacht van de cliënt veroorzaakt. Latente triggerpoints zijn vaak oudere spierknopen. Ze veroorzaken geen voortdurende of intense pijn (meer). Een cliënt zal bij deze triggerpoints daarom niet geneigd zijn om de huisarts een bezoek te brengen. Dat betekent niet dat deze passieve triggerpoints geen klachten veroorzaken. De cliënt is eraan gewend. In de tussentijd ervaart het lichaam continu een belemmering.

Op de latente spierknop drukken, veroorzaakt geen referred pain-effect. Met een naald erin prikken wel. Nu hoef je jouw cliënt niet van top tot teen met naalden te pijnigen. Vaak is het patroon van referred pain namelijk terug te leiden naar de aangedane spieren. De veel voorkomende pijnpatronen vind je in het Handboek Triggerpoint-therapie en in klachtspecifieke e-books.  Spier gevonden? Dan kun je met palperen de spierknopen vinden. Die knopen behandelen is dan effectief voor de referred pain.

Om alle betrokken triggerpoints bij het myofasciale pijnsyndroom te vinden, moet je even veel detectivewerk verrichten. Er gaat veel tijd overheen, maar de behandeling is uiteindelijk effectief!

Bronnen

Davies, C. (2003). Handboek triggerpoint-therapie; verminder zelf je pijnklachten. Haarlem: Altamira-Brecht BV.
Travell, J. (2002). Muscles Learn. Basic Principles of Myofascial Pain. The International Journal of Applied Kinesiology and Kinesiologic Medicine, 13, 12-15.
 

Wil je geen blog missen?

Reageer!